Sjoerd Hoekstra Ontbreekt Op WK 2010

Aan de vooravond van het WK A-klasse 2010 in Italië (laatste week van juni) is duidelijk dat er een mooie lijst met internationale topzeilers aan het evenement zal deelnemen.

Nederlands beste/meest succesvolle A-cat zeiler doet echter niet mee. A-cat.nl sprak kort met hem over het aanstaande WK en de A-cat in het algemeen.

Allereerst over het WK.

Waarom ga je niet mee? Door het afzeggen van Tjibbe Veeloo was er toch plek voor je?

Ik vind het erg jammer dat ik heb moeten afzeggen maar ik heb sinds enige jaren een slaapstoornis ontwikkeld die maakt dat ik verwacht niet goed te kunnen zeilen. Zo’n WK is best een pittig evenement en met een week ook wel lang. Ik heb nu twee WK’s -in 2007 en 2009- gezeild , waarbij ik niet voldoende uitgerust was. Dan wordt bij mij alles grijs en heb ik zelfs moeite er lol aan te beleven, vandaar dat ik me nu eerst richt op fysiek herstel. Ik hoop op het NK er weer bij te zijn.

Wanneer en waarom ben je begonnen met A-cat zeilen en op welke boot?

Ik ben op mijn 14e begonnen op een oppomp-catamaran, met een roertje in het midden. Later ben ik met mijn broer wedstrijden gaan zeilen op Hobies Prindles en de Hurricane 5.9. Op een gegeven moment deden we 24 wedstrijden per jaar in heel Europa, dat was een mooie tijd.

Daarna heb ik een aantal jaren met Martien Kooyman in de Tornado gevaren, kwamen we in de kernploeg, en hebben we ons geselecteerd voor Barcelona 1992 maar redden we met 34 tegen 35 punten onder twijfelachtige omstandigheden de kwalificatie voor de Spelen niet. In 1999 ben ik vader geworden en was het tijd om te stoppen met alle afspraken rond het zeilen. Gewoon gaan als je zin hebt werd het devies en de A is daarvoor fantastisch.

Wat vind je het leukste van de A-cat?

Dat je ogenblikkelijk merkt wanneer je een trimfout of stuurfout maakt. De boot is zo licht dat de snelheid dan snel afneemt. Het is dus ook een ideale boot om helemaal alleen mee op het water te zijn.

Daarnaast is het een relatief simpel ding maar ongelooflijk snel.

En wat mij ook onmiddellijk beviel was het niveau op de Internationale wedstrijden. Dan zijn er meer jongens die Olympisch gevaren hebben en gaat het er hard aan toe. Maar, en dat vind ik juist zo leuk, steeds fair want iedereen zeilt voor zijn plezier. Er is veel respect en dat ontbreekt nog wel eens in andere klassen.

De A-cat is een ontwikkelingsklasse. Wat vind je van de laatste ontwikkeling: de curved daggerboards?

Komend WK wordt een ware showdown wanneer de Aussies met rechte bladen tegen de Europeanen gaan varen waarvan een flink aantal met kromme zwaarden aan de start verschijnt. Dat wordt heel interessant. Roeland Wentholt heeft afgelopen Vele di Pasqua laten zien dat het hard kan met de kromme zwaarden. Het meest opvallend vind ik dat er nauwelijks sprake lijkt te zijn van snelheidsverlies onder die omstandigheden waarbij het kromme zwaard niet optimaal kan functioneren. Ik verwacht daar dus toch veel van.

Voor de wind gaan is best lastig met een A-cat. Wat is het grootste geheim om hard te gaan?

Glenn Ashby heeft het ergens al duidelijk gezegd: beschouw het zeil als een vliegtuigvleugel.

Dat betekent dat je ervoor moet zorgen dat de stroming aan lij van het zeil aan blijft liggen, of je nu wild, mild of gewoon zeilt. Zodra de stroming loslaat valt het vliegtuig uit de lucht.

Je mag dus niet te abrupt de diepte in sturen maar moet ervoor zorgen de snelheid mee te nemen. Dat is de kunst.

En ik denk dat daarbij de plaats van je gewicht, dus waar je zit, het meest essentieel is. Zowel langsscheeps als in de breedte van de boot.

Wat is voor het aan-de-wind zeilen de beste manier om de mastrotatie in te stellen?

Heel kort: gebruik het profiel van de mast als een versnelling op een racefiets. Om gang te maken neem je een klein verzet (mast ver uitgedraaid) en naarmate je harder gaat schakel je op (trek je de mast verder naar binnen). Dat is de grondgedachte.

Vervolgens kun je daar eindeloos in fine-tunen als je praat over de combinatie mast-zeil en de hoeveelheid prebend van de mast en de golven op het water.

Andrew Landenberger heeft daar op zijn site een goede uitleg over gegeven. Lees dat!

Ik gebruik op de Tool standaardmasten van Piet Saarberg en standaardzeilen van Stevie Brewin. Die zijn goed op elkaar afgestemd. Maar uiteindelijk is het principe voor alle zeil-mast combinaties gelijk. De precieze afstelling is afhankelijk van het soort mast en zeil.

Hoe stel je je lattenspanning in en waar kijk je naar?

Lattenspanning is naast schootspanning, voorlijkspanning en mastdraaiing nauwelijks belangrijk. Ik trek alleen de plooien eruit, meer niet. Wanneer gebruik je zachte en stijve latten in het zeil? Zachte latten bij licht weer en stijvere bij meer wind. Daarnaast kun je een klein beetje onvolkomenheden in het zeil corrigeren. Zo had ik een Ashby waarvan de joining seam veel te diep uitviel. Daar heb ik toen een heel stijve Marstrom lat in gedrukt. Maar dat is een lapmiddel. Over het algemeen wissel ik niet veel met latten.

Wat zou je aan iedere A-cat zeiler willen vertellen hoe hij zich zou kunnen verbeteren?

Tja. Zeilers zijn zo verschillend dat daar bijna geen universele uitspraak over te maken is. Misschien dat snelheid echt maar een deel is van het wedstrijdzeilen, het is niet het enige. Dus kijk naar jezelf en gebruik je verstand en staar jezelf niet blind op het materiaal.

Hoe kan een Nederlander het WK winnen en wat is daarvoor nodig?

Ik denk dat een Nederlandse eenling nauwelijks een kans maakt. De A-klasse in Nederland is een klasse van amateurs. We trainen nauwelijks met zeilers van over de grens, zoals bijvoorbeeld in de Tornado gebruikelijk was. Dat betekent dat we als zeilnatie sterker moeten worden door onszelf.

Een WK winnen gaat alleen als je in staat bent naar zo’n evenement toe te werken door intensief te trainen of sparren met snelle tegenstanders. Daarbij speelt dat wij in Nederland veel van de competitie op relatief kleine plasjes met vlak water afwerken. De grote evenementen (EK, WK) zijn vaak op water waar golven zijn. Dat is echt anders varen. Die ervaring geven wij onszelf niet.

Tot slot: wat verwacht je van de Nederlanders op dit WK?

Ik denk dat Stevie Brewin gaat winnen. En dat is mooi voor de klasse, na al die jaren Glenn Ashby.

Van de Nederlanders verwacht ik een top 10 klassering van Roeland Wentholt, ik denk dat hij dat kan, en top 15 klasseringen van Arno Terra en Pieterjan Dwarshuis, die hebben toch erg veel ervaring.

Van Jaap Staakenbroek heb ik gezien dat hij goed kan varen en ben ik benieuwd hoe hij zich houdt in een groot sterk veld en in een lange serie.

Voor deze zeilers geldt dat ze allemaal op de door Pieterjan en Arno ontwikkelde DNA varen en dat is naar wat ik gezien en geproefd heb the boat to beat. Ik vergelijk het een beetje met de Marstrom Tornado ten opzichte van de Reg White boten van vroeger. Kwalitatief het betere spul en daarbij die kromme flappers….

Ik verwacht overigens dat Piet Saarberg er in slaagt voor de Tool een goed alternatief zwaard te bieden. Ik weet dat hij daar hard mee bezig is. Het zou de klasse in Nederland goed doen.

Sjoerd, dank je wel, we wensen je een goed en spoedig herstel en daarna en daarbij veel zeilplezier!